Innovatie als antwoord op regelgeving
Balanceren tussen PPWR, SUPD en duurzame materiaalkeuzes
Tijdens een recente presentatie gaf Olaf van Stempvoort van de PortionPack Group (PPG) een inkijk in de manier waarop zijn organisatie omgaat met de toenemende regelgeving rond verpakkingen, plastics en duurzaamheid. Oftewel: hoe moet je als producent van portieverpakkingen omgaan met de Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR)?

De nieuwe Europese Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) zet de verpakkingsindustrie voor ingrijpende uitdagingen. Tegelijkertijd ontstaan er nieuwe kansen voor materiaalinnovatie, recycling en circulaire verpakkingsconcepten. Dat stelt Olaf van Stempvoort, manager innovatie en duurzaamheid van PPG, dat onderdeel is van Südzucker, een van ’s werelds grootste suikerproducenten waaronder ook het Belgische Tiense Suiker. Maar op het gebied van portieverpakkingen ook Van Oordt, dat eveneens in de Benelux actief is. De boodschap van Van Stempvoort: innovatie blijft mogelijk, maar vraagt om nauwe samenwerking met overheden, kennisinstellingen en ketenpartners. Van Stempvoort gaf zijn presentatie in het Britse Telford bij Portion Solutions, de Britse vestiging van de PortionPack Group.
Papier geen wondermiddel
Binnen de verpakkingswereld groeit de belangstelling voor papiergebaseerde oplossingen, ziet ook Van Stempvoort. "Tijdens internationale duurzaamheidscongressen wordt papier regelmatig gepresenteerd als hét antwoord op de milieu-uitdagingen van verpakkingen." Volgens Van Stempvoort is de werkelijkheid echter genuanceerder.
"Hoewel papier goed recycleerbaar is en een aantrekkelijk duurzaam imago heeft, ontstaan er technische uitdagingen zodra producten bescherming nodig hebben tegen vocht, zuurstof of vetten. Vooral in toepassingen voor sauzen, specerijen, instant dranken en andere vochtgevoelige producten zijn aanvullende barrièrematerialen noodzakelijk."
PPG richt zich daarom sterk op recycleerbare papieroplossingen binnen de materiaalstromen PAP 21 (flexibele verpakkingen) en PAP 22 (rigide verpakkingen). De vraag daarbij is hoe voldoende barrière-eigenschappen kunnen worden gerealiseerd zonder dat de recyclebaarheid verloren gaat.
PPWR en SUPD complexe wisselwerking
Een belangrijk aandachtspunt voor verpakkingsontwikkelaars is de relatie tussen de PPWR en de Single Use Plastics Directive (SUPD).
Volgens Van Stempvoort bestaat er in de praktijk veel onduidelijkheid over wanneer een verpakking als kunststofverpakking wordt beschouwd. "Uit gesprekken met beleidsmakers blijkt dat binnen de SUPD niet zozeer wordt gekeken naar de hoeveelheid kunststof die aanwezig is, maar vooral naar de aanwezigheid ervan en de functie die deze vervult binnen de verpakking. Wanneer een kunststoflaag bijvoorbeeld een structurele functie heeft binnen een papieren verpakking, kan die verpakking alsnog onder de SUPD-regelgeving vallen. Hierdoor ontstaat een situatie waarin papierverpakkingen met beperkte kunststofcomponenten toch als kunststofverpakking worden behandeld."
Voor verpakkingsontwikkelaars heeft dit verstrekkende gevolgen. "Een kleine coating of functionele laag kan bepalend zijn voor de wettelijke classificatie van een verpakking en daarmee voor belastingen, rapportageverplichtingen en toekomstige marktoegang."
Nieuwe interpretatie biedt perspectief
Volgens Van Stempvoort bracht een juridische verduidelijking van de Europese Commissie in maart meer zekerheid voor de sector. Daarbij werd een grens geïntroduceerd waarbij verpakkingen die voor meer dan 95 procent uit papier bestaan onder bepaalde omstandigheden als papieren verpakking kunnen worden beschouwd.
Toch blijven er nog vragen open. "Met name over welke materialen binnen de resterende vijf procent zijn toegestaan bestaat nog discussie. Denk daarbij aan aluminiumcoatings, functionele barrières en andere niet-papieren componenten. De verwachting is dat de komende jaren verdere richtlijnen en interpretaties nodig zijn om deze grijze gebieden te verduidelijken", aldus Van Stempvoort.
Van laminaten naar watergedragen barrières
Een van de concrete innovatietrajecten binnen PPG richt zich op het vervangen van traditionele laminaten. Van Stempvoort opnieuw: "Veel huidige verpakkingen bestaan uit papier gecombineerd met polyethyleen (PE) of andere kunststoflagen. Hoewel deze oplossingen uitstekende bescherming bieden, voldoen ze niet altijd aan de toekomstige recycleerbaarheidseisen binnen Europa."
Daarom ontwikkelde het bedrijf een watergedragen dispersiecoating waarmee de hoeveelheid functioneel materiaal aanzienlijk kon worden gereduceerd. Volgens Van Stempvoort werd het coatinggewicht teruggebracht van ongeveer 10 gram naar 3 gram per vierkante meter. "Naast een verbeterde recycleerbaarheid resulteerde deze ontwikkeling ook in een substantiële verlaging van de CO2-uitstoot binnen de productieprocessen. Tegelijkertijd bleef een zeer hoge recycleerbaarheid behouden volgens de huidige testmethodieken."
Microplastics als volgende uitdaging
Naast recycleerbaarheid verschuift de aandacht steeds meer naar microplastics. PPG onderzoekt daarom alternatieve polymeren zoals polybutyleensuccinaat (PBS) en andere biologisch afbreekbare materialen. "Het doel is niet om recyclage te vervangen, maar om te voorkomen dat verpakkingsmaterialen langdurig in het milieu achterblijven wanneer zij buiten de afvalketen terechtkomen."
Samen met onderzoeksinstellingen zoals Wageningen University & Research wordt gekeken naar de afbraaksnelheid van verschillende materialen. "Waar conventioneel polyethyleen zeer langdurig in het milieu aanwezig kan blijven, laten sommige alternatieve polymeren een aanzienlijk sneller afbraakprofiel zien zonder langdurige accumulatie van microplastics." Volgens Van Stempvoort moet de sector blijven streven naar verpakkingen die primair ontworpen zijn voor recyclage, maar die tegelijkertijd geen blijvende milieuschade veroorzaken wanneer zij onverhoopt in de natuur terechtkomen.
Natte en vethoudende producten lastiger
Voor droge producten lijken recycleerbare papieroplossingen inmiddels binnen bereik. Voor natte en vetrijke toepassingen ligt dat aanzienlijk ingewikkelder, constateert Van Stempvoort.
PPG onderzoekt daarom alternatieven voor traditionele sachets, waaronder vezelgevormde cups voor bijvoorbeeld sauzen en dressings. Daarbij wordt gewerkt aan nieuwe binnenlagen en sluitsystemen die zowel voedselveiligheid als recycleerbaarheid moeten garanderen. De eerste stabiliteitstesten met producten zoals mosterd, mayonaise en olijfolie zijn inmiddels gestart. "De grote vraag is echter of de markt bereid is een eventuele meerprijs voor dergelijke duurzame verpakkingsoplossingen te betalen." Volgens Van Stempvoort zal uiteindelijk niet alleen de technische haalbaarheid bepalend zijn, maar vooral de economische levensvatbaarheid binnen foodservice en horeca.
Doseerbare rPET-verpakking
Naast materiaalinnovatie groeit ook de belangstelling voor herbruikbare en circulaire verpakkingsconcepten. Een van de ideeën die binnen PPG wordt onderzocht is een doseerbare rPET-verpakking voor sauzen en andere vloeibare producten. Daarbij wordt gekeken naar oplossingen die nauwkeurige portiecontrole mogelijk maken zonder complexe of moeilijk recycleerbare componenten zoals siliconen ventielen.
Van Stempvoort: "Voor foodservicebedrijven is een consistente dosering immers niet alleen een duurzaamheidsvraagstuk, maar ook een kwestie van kostenbeheersing. Zelfs kleine afwijkingen in portiegrootte kunnen op jaarbasis aanzienlijke financiële gevolgen hebben."
Samenwerking als sleutel tot succes
Een opvallend element in de presentatie was de nadruk op samenwerking. PPG participeert in diverse Europese initiatieven waarin merkeigenaren, verpakkingsproducenten, kennisinstellingen en beleidsmakers gezamenlijk werken aan toekomstbestendige verpakkingsoplossingen.
Volgens Van Stempvoort kunnen bedrijven de uitdagingen van PPWR, SUPD en circulaire economie niet meer alleen oplossen. "De ontwikkeling van nieuwe materialen, testmethodieken en verpakkingsconcepten vereist intensieve co-creatie binnen de keten."
Bezoek aan Portion Solutions in Telford (VK)
Na de presentatie van Van Stempvoort was er ruimte voor een rondleiding bij het Britse Portion Solutions. Dit onderdeel van de PortionPack Group, gevestigd in Telford in de West-Midlands, verpakt onder meer voor internationale foodserviceketens zoals McDonald's, Starbucks en Costa Coffee. Het bedrijf verwerkt grote volumes aan portieverpakkingen voor onder meer suiker, sauzen, koffie, chocoladedrank, kruiden en ontbijtgranen. Op één productielijn worden dagelijks bijna een miljoen suikersticks geproduceerd voor McDonald's. Ook in het segment sauzen behoort de fabriek tot de grootste spelers in het Verenigd Koninkrijk.
Waar Portion Solutions traditioneel sterk vertegenwoordigd is in foodservice, ziet het bedrijf de rol van contractverpakker veranderen. Grote merken zoeken steeds vaker een partner die niet alleen verpakt, maar ook meedenkt over toekomstige regelgeving, duurzaamheid en optimalisatie van de logistieke keten.
Die verbreding sluit aan bij de ontwikkelingen rond de PPWR, die voor veel merkeigenaren nieuwe vraagstukken met zich meebrengt op het gebied van verpakkingsontwerp, materiaalkeuze en recycleerbaarheid. Want ondanks dat het Verenigd Koninkrijk geen onderdeel meer uitmaakt van de Europese Unie hebben exporteurs richting de EU daar uiteraard net zo goed mee te maken.
Flexibiliteit in verpakkingsontwikkeling
Een belangrijke troef daarbij is de eigen printcapaciteit in Telford. Verpakkingen kunnen intern worden ontworpen, bedrukt en geproduceerd. Hierdoor kan snel worden geschakeld wanneer klanten verpakkingen moeten aanpassen aan nieuwe regelgeving of duurzaamheidsdoelstellingen.
Naarmate de PPWR gefaseerd wordt ingevoerd, verwacht commercieel directeur Wes Armstrong dat deze snelheid steeds belangrijker zal worden. "Veel merken zullen verpakkingen moeten herontwerpen om te voldoen aan toekomstige eisen rond recycleerbaarheid, materiaalreductie en informatievoorziening. De schaal waarop wordt geproduceerd maakt het voor ons mogelijk om investeringen in nieuwe verpakkingsoplossingen sneller rendabel te maken en innovaties breder uit te rollen."
Volgens Armstrong is investeren in personeel noodzakelijk om toekomstige groei mogelijk te maken. Het bedrijf betaalt daarom lonen boven het Britse minimumloon en richt zich nadrukkelijk op het behouden van ervaren medewerkers. "Machines zijn belangrijk, maar uiteindelijk zijn het mensen die processen verbeteren, problemen oplossen en innovatie mogelijk maken."
Foto’s: Erik Kruisselbrink